Suiker versterkt de faalangst.

Suiker versterkt de faalangst.

Bij een al aanwezige (faal)angst zal suiker de angst versterken.

Hoe komt dat?

Wat voor invloed heeft suiker op gedrag?

Wat doet suiker?

Suiker en andere geraffineerde producten doen de bloedsuikerspiegel snel stijgen.

Wat is een geraffineerd product?

Het woord geraffineerd betekent fabrieksmatig bewerken.

Dus geraffineerde voeding  is bewerkt in de fabriek. De voeding is in de fabriek al zo gemaakt dat jij er zelf bijna niks meer aan hoeft te doen. Het enige wat je zelf nog moet doen is het opwarmen van het eten of het alleen maar uit de verpakking halen. Bij geraffineerde voeding valt dan ook te denken aan alle soorten snoep, frisdranken, koeken, taart of veel kant en klare maaltijden.

Wat betekent ongeraffineerde voeding?

Dat zijn voedingsmiddelen die niet of zo min mogelijk zijn bewerkt in de fabriek. Deze producten staan dus dicht bij de natuur. Ongeraffineerde voeding beschikt over de meeste natuurlijke en gezonde voedingsstoffen. Je kunt dan denken aan o.a. volkoren granen, vleesproducten, fruit, groenten, eieren, noten en zaden, aardappelen. Omdat deze voeding dicht bij de natuur staat, heeft deze voeding een positieve invloed op je lichaam

Koolhydraten worden afgebroken tot glucose moleculen.

Koolhydraten worden door het lichaam afgebroken tot glucose moleculen. Deze glucose moleculen komen in het bloed terecht en worden vervoerd naar alle lichaamscellen om deze te voorzien van energie.

Suiker en andere geraffineerde producten kunnen snel worden afgebroken waardoor ze na opname een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel veroorzaken. Als de bloedsuikerspiegel te hoog wordt zal het lichaam het teveel aan glucose proberen om te zetten in glycogeen.

Wat is glycogeen?

Glycogeen is een reservevoorraad die aangesproken kan worden als het glucosegehalte in het bloed te laag is geworden.

Hersenen zijn volledig afhankelijk van glucose.

De hersenen en rode bloedlichaampjes zijn voor de energieleverantie volledig afhankelijk van glucose.

Dat is de reden waarom hersenen het sterkst reageren op wisselende bloedsuikerspiegels.

 

Hoe blijft de bloedsuikerspiegel binnen bepaalde waarden?

De hormonen insuline en glucagon zorgen er voor dat de bloedsuikerspiegel binnen bepaalde waarden blijft. De hormonen insuline en glucagon worden door de pancreas (alvleesklier) geproduceerd.

Deze hormonen sturen verschillende regelmechanismen aan.

Wat doet insuline?

Insuline regelt de omzetting van glucose naar glycogeen (reserve voorraad).

Insuline zorgt er voor dat glucose door de cellen wordt opgenomen.

Wat doet glucagon?

Glucagon geeft het signaal voor de terug omzetting van glycogeen (reserve voorraad) in glucose.

Hoe ontwikkelen we gevoeligheden bij de bloedsuikerspiegels?

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen waardoor we gevoeligheden krijgen bij de bloedsuikerspiegels.

Een voortdurende toevoer van suiker zorgt voor hoge bloedsuikerspiegels.

Daardoor is er veel insuline nodig om de zaak te reguleren.

Na een tijdje zal de alvleesklier insuline `op voorraad` gaan maken.

Het lichaam voelt een noodsituatie.

Fysiek ontstaat er als het ware een noodsituatie. In een noodsituatie moet je kunnen vluchten of vechten (voor de leeuw).

Je moet snel over glucose kunnen beschikken om energie vrij te maken voor de leeuw; vluchten of vechten.

Adrenaline aanmaken om te vechten of vluchten.

Er wordt adrenaline aangemaakt door het lichaam om alert te zijn en te kunnen vluchten of vechten.
Maar… bij deze noodsituatie hoef je niet te vluchten of te vechten.

Door wat er in je lichaam gebeurt, moet je bewegen. Dit uit zich bij kinderen en pubers  in hyperactief gedrag of vechten.

Bij kinderen met (faal)angst zal dit de angst versterken doordat het lichaam in de vecht-vlucht stand komt.

Teveel suiker versterkt angstgevoelens en `beweeg` gedrag.

De conclusie van bovenstaande is dat het toch al faalangstige kind meer angstgevoelens ontwikkelen door te veel suiker. De alvleesklier gaat insuline op voorraad maken en er ontstaat een fysieke noodsituatie: vechten of vluchten.

De vechten of vluchten situatie maakt dat een kind wil bewegen; hij moet wegrennen of vechten!

Conclusie:

Probeer suiker te matigen! Dat komt het positieve gevoel ten goede.

Marjon Lugthart