Wat houdt het Basis Balans Model in?
29 mei 2021 

Wat houdt het Basis Balans Model in?

Het Basis Balans Model wordt gebruikt om de Basis Balans bij het kind te bevorderen.

De Basis Balans ontstaat uit een goed evenwicht tussen:

  • de fysieke balans;
  • de mentale balans;
  • de emotionele balans.

Een goed evenwicht in de Basis Balans.

Bij een goed evenwicht in de Basis Balans kan het kind tot leren en presteren komen. Door gevoelens van onzekerheid zal het zelfvertrouwen afnemen. Het kind komt niet meer tot helder denken, er komt niet uit wat erin zit!

De fysieke balans heeft te maken met fysiek sterk staan.

Denk maar aan:

  • op eigen benen staan;
  • als een huis staan;
  • niet van je stuk te brengen.

Sterk staan is belangrijk voor de balans.

Als het kind in balans is, staat het sterk.

En als het kind sterk staat, is het in balans!

Daardoor staat het kind mentaal ook sterker en is het kind mentaal meer in balans. Dit vergroot het zelfvertrouwen en zal goed van pas komen in situaties die onzeker kunnen maken. Dan kun je denken aan pest, spreekbeurt, examens,…

Rond de navel ligt het lichaamszwaartepunt waar zich ook het krachtcentrum van het lichaam bevindt. Vanuit deze kracht kunnen we rustig en beheerst reageren op moeilijke situaties.

Uit kinesiologisch* onderzoek blijkt dat het kind vanuit een krachtpositie zijn mogelijkheden in het leerproces optimaal benut. Dit komt omdat het kind dan volledig in balans is. De beide hersenhelften werken goed samen, de oog-hand-coördinatie is optimaal, de concentratie is volledig en de fysieke balans is aanwezig. Voor het beste resultaat, bij welke opdracht ook, is het dus noodzakelijk om in het krachtcentrum te komen.

*(*Toegepaste kinesiologie is de wetenschap van de westerse, manuele spiertesten gecombineerd met oosterse denkwijzen)

De mentale balans richt zich op een goede samenwerking tussen de beide hersenhelften, zodat het beelddenken en het taaldenken  optimaal kunnen samenwerken.

De hersenen van de mens zijn het meest ingewikkelde orgaan. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van de hersenen. Ondanks deze onderzoeken weten we nog maar gedeeltelijk hoe de hersenen werken.

De hersenen vormen een deel van het centrale zenuwstelsel.

We kunnen de hersenen globaal verdelen in de hersenstam, het limbisch systeem en de grote hersenen.

De grote hersenen zijn te verdelen in twee helften; de linker- en de rechterhersenhelft.

Deze twee hersenhelften worden met elkaar verbonden door het Corpus Callosum; de hersenbalk. Door deze hersenbalk kunnen de hersenhelften informatie met elkaar uitwisselen.

De hersenbalk bevat ongeveer 200 miljoen zenuwuitlopers. De hersenbalk heeft de vorm van een uitgerekt hoefijzer en is bij vrouwen dikker dan bij mannen.

De linker- en rechterhersenhelft hebben ieder hun eigen specifieke eigenschappen. Om deze eigenschappen optimaal te kunnen benutten, moeten de beide hersenhelften goed samenwerken. Deze links-rechts-coördinatie, zoals we de samenwerking tussen beide hersenhelften noemen, is belangrijk bij het verrichten van dagelijkse dingen, zoals lopen, kijken, schrijven, denken enz. We onderscheiden de cognitieve visuele stijl (beelddenken) en de verbale cognitieve stijl (taaldenken) om informatie te verwerven en verwerken.

Beelddenken is een globale leerstijl met een voorkeur voor beelden.

Taaldenken is een analytische leerstijl met een voorkeur voor taal.

Er kunnen grote verschillen zijn in de effectiviteit van beide stijlen.

Beelddenken werkt voornamelijk vanuit de rechterhersenhelft, maar heeft wel degelijk de linkerhersenhelft nodig om optimaal te functioneren. En omgekeerd werkt taaldenken voornamelijk uit de linkerhersenhelft, maar heeft de rechterhersenhelft nodig om optimaal te functioneren.

Als metafoor gezien, kunnen we de volgende indeling maken:

Linkerhersenhelft:

  • Taal
  • Analyse
  • Tijd en volgorde
  • Auditief sterk
  • Verschillen
  • Ik bewustzijn

Rechterhersenhelft:

  • Beeld
  • Geheel
  • Visueel sterk
  • Overeenkomsten
  • Universeel bewustzijn

De meeste mensen hebben een voorkeur voor een van beide leersystemen. Als je bijvoorbeeld graag werkt met taal, logica en volgordes, maak je het meeste gebruik van taaldenken. Als je graag werkt met inzicht, gehelen en kleuren, dan is het beelddenken actiever.

Door middel van oefeningen kunnen de beide hersenhelften worden getraind om beter samen te werken. De één zal hier wat meer moeite mee hebben, dan de ander. De één heeft namelijk van nature al een goed gecoördineerde samenwerking tussen beide hersenhelften, terwijl de ander daar van jongs af aan al problemen mee ondervindt.

Het doen van de oefeningen is echter voor iedereen nuttig: je traint je hersenen, je leert de beide hersenhelften samenwerken en daardoor werkt jouw voorkeursleersysteem optimaal.

Kinderen die een minder ontwikkeld coördinatievermogen hebben (de samenwerking tussen linker- en rechterlichaamshelft), hebben ook een verminderd vermogen tot het gebruiken van lees- en leercapaciteiten. Dit is op zich geen lichamelijke afwijking. Het is een verschijnsel dat ontstaat omdat er geen vanzelfsprekende samenwerking bestaat tussen de linker- en de rechterhersenhelft onder stressvolle omstandigheden.

De samenwerking van de hersenhelften zorgt er namelijk voor dat je overzicht houdt over alles wat zich in het leven afspeelt. Om overzicht te krijgen (en te houden) is het noodzakelijk dat onze links-rechts-coördinatie optimaal is. Bij een goede samenwerking van beide hersenhelften kan het geheugen optimaal worden benut.

Het is aan te raden om kinderen met leerproblemen dagelijks oefeningen te laten doen, die de samenwerking tussen de linker- en rechterhersenhelft bevorderen. De oefeningen kunnen preventief ingezet worden, zodat het kind al zijn leercapaciteiten kan benutten. De oefeningen kunnen ook curatief gebruikt worden als er blokkades zijn ontstaan door leerproblemen en/of faalangst.

Het is belangrijk dat het kind goed leert omgaan met zijn emoties. Bij veel negatieve emoties als angst en stress kan er een blokkade ontstaan en daardoor werken de hersenhelften niet meer optimaal samen. Het kind zal voornamelijk zijn `taaldenken` inschakelen. Dit systeem is gericht op details en heeft geen overzicht meer. Als het `beelddenken` van het kind dominant werkt, wil het kind overzicht hebben. Als dit niet gebeurt, doordat het taalsysteem de leiding neemt, raakt het kind zichzelf letterlijk kwijt en zal dan ook niet meer goed tot leren komen.
Een kind kan behoorlijk uit balans raken als het leren niet goed lukt. Door alle frustraties kan er bij het kind een gevoel van onbehagen ontstaan.

De ervaring leert dat er dan faalangst en een onjuist zelfbeeld worden ontwikkeld. School is niet meer leuk. Er komen vage klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn, niet willen eten enz. Het kind raakt geblokkeerd door de faalangst en het leren zal steeds slechter gaan. School wordt een kwelling!

Het is dan belangrijk te gaan werken aan ontspanning, het benoemen van emoties en een juist zelfbeeld.

Het is belangrijk dat kinderen met plezier en zonder faalangst leren. Pas als alle emotionele blokkades weg zijn, kun je jezelf als ouder/begeleider richten op de leerproblemen. Een ondersteunend lesprogramma is pas effectief als het kind emotioneel in balans is.

Fysieke balans:

Drie 1½ minuut oefeningen.

Deze oefeningen kunnen klassikaal worden gedaan van 4 jaar.

Wat is het doel van de oefening?

Het doel van deze oefening is het gevoel van balans te ervaren, een positief zelfbeeld te bevorderen en te leren omgaan met het lichaam.

Oefening 1. : De poes wordt wakker.

Hoe gaat de oefening?

Zeg: `Ga maar staan en rek je eens lekker uit, zoals een poes. Je armen en je benen. En geeuw maar eens flink.`

Oefening 2.: Wakker schudden.

Hoe gaat de oefening?

Zeg: `Ga sterk staan met iets gespreide benen. Schud de armen los, één voor één. En daarna tegelijk.

Nu de benen, één voor één.

Ga nu weer stevig staan en voel hoe je lichaam tintelt en wakker is.`

Oefening 3: De aap.

Hoe gaat de oefening?

Zeg: `Ga sterk staan met iets gespreide benen. Trommel nu met beide vuisten op je borst als een aap en roep: oe, oe, oe…`

Mentale Balans:

Oefening heet: Pinkelen.

De oefening kan individueel of klassikaal worden gedaan vanaf 6 jaar.

Wat is het doel van de oefening?

 Het doel van deze oefening is het bevorderen van de samenwerking van de hersenhelften.

Hoe gaat de oefening?

Laat het kind beurtelings met de duim: de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink aantikken. En weer terug: tik de ringvinger, de middelvinger en de wijsvinger aan. Deze oefening wordt een aantal keren achter elkaar gedaan met beide handen tegelijk.

Moeilijkheidsfactor 10:

Terwijl de kinderen lopen of hinkelen, doen zij de `pinkel` oefening.

Emotionele balans:

Oefening: Zing een lied
De oefening kan individueel worden gedaan, maar ook klassikaal vanaf 4 jaar.

Wat is het doel van de oefening?

Doel van deze oefening is de emotionele balans en het blijde gevoel dat ontstaat door zingen te bevorderen.

 Wat is het effect van zingen?

Iedereen die weleens een lied heeft gezongen, heeft ervaren wat zingen met je doet.

Uit wetenschappelijk onderzoek is naar voren gekomen dat zingen kalmerend werkt, de ademhaling wordt dieper, de spieren ontspannen. Door het zingen van liedjes gaan we lekker in ons vel zitten. In het onderzoek werd er een toename van de hormonen oxytocine en endorfine gezien.

Deze hormonen zorgen er onder andere voor dat de emotionele balans wordt bevorderd.

Tip: Laat bij het zingen van de liedjes elk kind zich begeleiden met een eigen muziekinstrument

Veel Basis Balans plezier!

Wat is de Basis Balans

Anneke Bezem Marjon Lugthart